Katten

Nierziekte bij katten blijft vaak te lang onopgemerkt

· 5 min leestijd

Eén op de drie katten krijgt op latere leeftijd last van de nieren, maar de meeste eigenaren merken pas iets als het al een tijd speelt. Dat komt niet doordat mensen niet opletten, het komt doordat katten opvallend goed zijn in het verbergen van ongemak. Begin september 2026 verscheen bovendien een vernieuwde internationale richtlijn van iCatCare en de International Renal Interest Society (IRIS), de eerste grote update in jaren op het gebied van chronische nierziekte bij katten. Reden genoeg om even stil te staan bij wat je als eigenaar kunt doen.

Waarom katten hun nierproblemen zo goed verbergen

Nierweefsel heeft geen zenuwuiteinden die pijn signaleren zoals een gebroken poot dat wel doet. De nieren kunnen daardoor maandenlang, soms jarenlang, langzaam achteruitgaan zonder dat je kat er iets van laat merken. Tegen de tijd dat de eerste zichtbare signalen opduiken, is vaak al zo'n 75 procent van het nierweefsel beschadigd. Katten zijn van oorsprong ook prooidieren die zwakte liever niet tonen, wat het extra lastig maakt om op tijd in te grijpen.

Dat verklaart meteen waarom regelmatige controles bij de dierenarts zo veel schelen. Een routinebloedonderzoek pikt nierproblemen vaak op ruim voordat jij thuis iets ziet veranderen.

Deze vroege signalen mis je makkelijk

De klassieke eerste tekenen zijn meer drinken en meer plassen. Beschadigde nieren kunnen urine minder goed concentreren, waardoor je kat vaker naar de bak gaat en dit compenseert door extra te drinken. Veel eigenaren zien dit als een positief teken (eindelijk een kat die goed drinkt) terwijl het juist een waarschuwing kan zijn.

  • Meer drinken en vaker plassen dan je gewend bent
  • Minder eetlust of juist kieskeurig worden
  • Geleidelijk gewichtsverlies, vooral zichtbaar rond de ruggengraat en heupen
  • Een doffe, klittende vacht
  • Sloomheid of minder zin om te spelen
  • Slechte adem met een licht ammoniakachtige geur

Losse signalen zeggen niet meteen iets, maar de combinatie is waar het om draait. Twijfel je of je kat te veel slaapt of gewoon ouder wordt, dan is dat vaak hét moment om ook even naar de andere signalen op dit lijstje te kijken.

Wat de nieuwe richtlijn van 2026 verandert

De vorige grote consensusrichtlijn voor chronische nierziekte bij katten dateert alweer van 2016. De update die begin deze maand verscheen, verandert weinig aan de basisdiagnostiek, maar wel aan de behandeling van bloedarmoede, een veelvoorkomende complicatie in latere stadia. Waar dierenartsen eerder vaak wachtten tot de bloedwaarden flink waren gezakt, ligt de behandelgrens nu explicieter vast, en staan er ook nieuwere medicijnklassen naast de bestaande opties in de richtlijn. Voor de kat betekent dat concreet: eerder ingrijpen bij bloedarmoede, wat vermoeidheid en lusteloosheid kan verminderen in een fase waarin de kat vaak toch al minder fit is.

Voor jou als eigenaar is vooral relevant dat dit soort updates laat zien hoe actief het onderzoek naar kattennieren is. Wat vijf jaar geleden nog het beste advies was, kan inmiddels achterhaald zijn. Het is dus zinvol om bij een diagnose altijd te vragen of de dierenarts met de actuele richtlijn werkt.

Hoe de dierenarts nierschade vaststelt

Bloedonderzoek is het startpunt: de dierenarts kijkt naar ureum en creatinine, twee afvalstoffen die stijgen zodra de nieren minder goed filteren. Vaak wordt dit gecombineerd met urineonderzoek, omdat de nieren daaruit blijkt hoe geconcentreerd de urine nog is. Bij twijfel volgt soms een bloeddrukmeting, want een hoge bloeddruk komt vaak samen met nierproblemen voor, of een echo om de nieren zelf in beeld te brengen.

Onderzoek uit de Journal of Feline Medicine and Surgery laat zien dat chronische nierziekte vooral bij katten ouder dan tien jaar voorkomt, met schattingen tussen de 30 en 50 procent in die leeftijdsgroep. Dat is precies waarom een jaarlijkse check vanaf een jaar of zeven zo waardevol is, ook als je kat zich prima lijkt te gedragen. LICG adviseert dit eveneens als vast onderdeel van de zorg voor een oudere kat.

Wordt er inderdaad nierschade vastgesteld, dan begint de behandeling meestal met aangepaste voeding. Nierdieet bevat minder fosfaat en eiwit van hogere kwaliteit, wat de nieren minder belast. Daarnaast kijkt de dierenarts naar de bloeddruk en, zoals hierboven al genoemd, naar eventuele bloedarmoede. Sommige katten hebben baat bij extra vocht via infusen aan huis of via de dierenarts, zeker in latere stadia waarin drinken alleen niet meer genoeg is. Belangrijk is dat de aanpak per kat verschilt: er bestaat geen vast schema dat voor elke patiënt werkt, en de dierenarts stelt de behandeling steeds bij op basis van nieuwe bloedwaarden.

Dit doe je als je twijfelt

Bestaande schade aan de nieren gaat helaas niet meer weg, maar dat betekent niet dat de diagnose een doodvonnis is. Met aangepaste voeding, medicatie en regelmatige controles kunnen katten met chronische nierziekte nog jarenlang een goed leven hebben. Hoe eerder je erbij bent, hoe meer opties er zijn en hoe minder ingrijpend de aanpassingen hoeven te zijn.

Let dus niet alleen op de grote signalen, maar ook op kleine verschuivingen: iets meer water in de bak bijvullen dan normaal, een kattenbak die vaker vol zit, of een kat die net iets stiller op de bank ligt dan je gewend bent. Wie zijn kat elke dag goed observeert, merkt dit soort dingen vaak het eerst op, nog voor een dierenarts het ziet. Twijfel je? Bel dan liever een keer te vroeg dan te laat.

L
Geschreven door Laura Groen Katten- & dierenwelzijn specialist

Laura is de vrouw die op vakantie altijd de lokale dierenasiels bezoekt en met moeite zonder adoptiepapieren het vliegtuig naar huis stapt. Ze heeft een achtergrond in dierwetenschappen en schrijft gepassioneerd over katten, exotische huisdieren en dierenwelzijn. Ze vindt dat iedereen die een huisdier neemt ook een verantwoordelijkheid neemt, en daar schrijft ze eerlijk over. Thuis wachten drie katten en een aquarium vol garnalen op haar.